De Turbo heeft een stop loss. Als de index verder onderuit gaat dan dreigt het gevaar dat de Turbo een negatieve waarde krijgt. Daarom kent het financiële instrument een stop loss die minimaal 2% boven het financieringsniveau ligt (bij een long turbo). Als de index beneden het stop loss niveau zakt dan wordt de Turbo geliquideerd. De Turbo kan voor de belegger nooit negatief worden. Het stoplossniveau van een turbo wordt maandelijks op de 15e van de maand bijgesteld. Indien er sprake is van een dividenduitkering wordt het stoplossniveau tevens op de ex-dividend datum aangepast. Hiermee wordt het risico beperkt dat door een dividenduitkering het stoplossniveau wordt bereikt.