Turbo's betreffen financiële instrumenten die gezien kunnen worden als een kruising tussen opties en futures. De Turbo's hebben als verschil dat er geen tijdspremie (tijds- en verwachtingswaarde) hoeft te worden betaald zoals bij opties. Bovendien kunnen er geen onbeperkte verliezen optreden zoals bij futures het geval kan zijn (maximale verlies is de inleg). In plaats van een uitoefenprijs heeft een Turbo een financieringsniveau. Dit wordt zodadelijk nader toegelicht. Met een Turbo kunt u –vanaf het financieringniveau- profiteren van een stijging (bij een long) of een daling (bij een short) van de onderliggende waarde. De Turbo is een instrument met een sterke hefboomwerking waardoor beursbewegingen van de onderliggende waarde versneld doorwerken in de beurskoers van de Turbo (zie voorbeeld hieronder). Hierdoor is beleggen in Turbo's risicovoller dan een directe belegging in de onderliggende waarde.
Hier volgt een toelichting over de hefboomwerking. Stel de AEX staat op een niveau van 330 punten. Royal Bank of Scotland geeft een Turbo uit met een financieringsniveau van 300 punten. De overige 30 punten betaalt de belegger zelf. Echter, de Turbo wordt uitgegeven met een ratio (de ratio geeft aan hoeveel Turbo's de belegger moet hebben om de onderliggende waarde geheel te volgen). De ratio in het voorbeeld is 10. Dit betekent dat de prijs van de Turbo 3 euro is (30 punten gedeeld door 10). De belegger moet tien Turbo's kopen (investering 30 euro) om de ontwikkeling van de AEX volledig te volgen. Stel de AEX-index stijgt van 330 naar 340. Dan zijn de tien Turbo's 40 euro waard (stand AEX minus financieringsniveau). Per Turbo is het 4 euro (verschil AEX-financieringsniveau/ratio). Dat wil zeggen dat de prijs van de Turbo 33,33% gestegen is (van 3 euro naar 4 euro). De index is daarentegen slechts 3% gestegen (van 330 naar 340). Stel de AEX-index daalt van 330 naar 320. Dan zijn de tien Turbo's nog maar 20 euro waard (stand AEX minus financieringsniveau). Per Turbo is het 2 euro (AEX-financieringsniveau/ratio). Dit komt overeen met een daling van 33,33% (van 3 euro naar 2 euro). De index is daarentegen slechts 3% gedaald.
De Turbo heeft een stoploss. Als de index verder onderuit gaat dan dreigt het gevaar dat de Turbo een negatieve waarde krijgt. Daarom kent het financiële instrument een stoploss die minimaal 2% boven het financieringsniveau ligt (bij een long Turbo). Als de index beneden het stoploss niveau zakt dan wordt de Turbo geliquideerd. In bovenstaand voorbeeld zou dat niveau 306 zijn. De belegger krijgt dan voor zijn tien Turbo's nog maximaal zes euro uitgekeerd. De Turbo kan voor de belegger nooit negatief worden.